Verzorging

Oren

Zoals we in de inleiding al aangaven is het zeer belangrijk je puppy te laten gewennen aan het betasten van de oortjes. De meeste honden vinden het fijn wanneer hun oren gemasseerd worden. Doe dit geregeld en wrijf ondertussen ook eens met een doekje dat u rond uw vinger draait in de oorschelp, om het gevoel gewoon te maken. Eens je puppy dit gewoon is, zal hij zich er niet tegen verzetten en kan je dit gedurende zijn hele leven probleemloos blijven herhalen.
Wanneer je puppy gewoon is aan het masseren van de oren kan je best deze massages verminderen. Te veel betasten en veelvuldig reinigen verhoogt de kans op irritatie van de gehoorgang en verhoogt de aanmaak van oorsmeer wat op zich eerder aanleiding zal geven tot een oorontsteking in plaats van ze te voorkomen! Reinig de oren van je hond dus enkel als het echt nodig is.
Het is wel aan te raden de oren van je hond regelmatig na te kijken op mogelijke infecties. Sommige honden hebben nooit last van infecties, andere hebben er af en toe last van en nog andere hebben er hun hele leven last van. Bij honden met hangende oren, zoals de Golden Retriever, komen oorontstekingen vaker voor dan bij honden met staande oren. Het is dus aangewezen om bij zeer warm weer de oren goed droog te houden. Ook wanneer de hond gezwommen heeft kan je best de oren even droogwrijven.
In de oren zit oorsmeer dat de oren aan de binnenkant soepel houdt en beschermt tegen binnendringend vuil. Het reinigen van de binnenzijde van de oren is dus niet echt nodig. Wanneer de oren erg vuil zijn, mag je ze uiteraard schoonmaken. Je draait een vochtig doekje rond je vinger en wrijft hiermee in de oorschelp; herhaal dit desnoods een paar keer tot het vuil verwijderd is. Gebruik NOOIT wattenstaafjes! Deze zorgen ervoor dat onzuiverheden in de richting van het trommelvlies worden geduwd, waardoor infecties kunnen ontstaan. In de oorschelp groeit fijn donshaar. Dit haar mag NOOIT geknipt worden, anders zal het haar zich beter beginnen ontwikkelen en groeit het hele oor dicht. Een ontstoken oor is heel onaangenaam voor de hond. Dus als het oor ranzig ruikt en de hond zich constant achter de oren krabt of met zijn kop schudt, kan dit wijzen op een ontstoken oor. De binnenkant van het oor is dan ook rood en korstig. In zo’n geval ga je best zo vlug mogelijk naar de dierenarts.

TIP: Na de gewenning beperken we de betasting, na het zwemmen drogen we de binnenkant van de oren, we knippen NOOIT het donshaar in de oorschelp.

Ogen

Je hond heeft veel beweging nodig . Hij zal dus geregeld buiten moet kunnen vertoeven voor een wandeling, een training, een stoeipartij, enz.
De onderste oogrand vangt vrij gemakkelijk stof en andere onzuiverheden op. Zeker wanneer uw hond redelijk loshangende oogranden heeft, kan het vaak gebeuren dat deze vurig rood worden. Dit is meestal een teken dat de oogranden lichtjes geïrriteerd zijn. Vaak gaat dit vanzelf ook weer over. Het kan immers ook gewoon van vermoeidheid zijn.
Om de oogranden zuiver te maken gebruik je een vochtig zuiver doekje. De richting waarin we wrijven is, in tegenstelling tot bij mensen, vanaf de binnenste ooghoek in de richting van het oor. De hond heeft namelijk een zogenaamd derde ooglid; dit is een vlies dat horizontaal over het oog schuift als de hond slaapt. Wanneer we dus van de buitenkant van het oog naar de binnenste ooghoek wrijven, kan het eventuele vuil onder dit vlies geraken, waarmee we de irritatie verergeren.
Mocht de roodheid aanhouden of erger worden, is het aan te raden de dierenarts te raadplegen om na te gaan of er sprake is van een infectie of andere aandoening.

TIP: Wanneer we de oogranden zuiver maken, wrijven we steeds in de richting van het oor.

Nagels

Bij Golden Retrievers die regelmatig wandelen op een verharde ondergrond zullen de nagels vanzelf afslijten. Toch is het aangewezen de lengte van de nagels af en toe te controleren. Indien de nagels te lang zijn, is knippen de enige oplossing. Een aantal honden is weerspannig als je probeert hun nagels te knippen. Dit gedrag is instinctief bij jonge dieren, maar ook bij dieren die hier al een onprettige ervaring mee hebben gehad. Zoals we in de inleiding al besproken hebben, is het dus van essentieel belang je puppy te laten gewennen aan het betasten van de pootjes. We moeten steeds goed opletten als we de nagels van onze hond willen knippen. Het levende gedeelte van de nagel bevat immers een aantal bloedvaten en zenuwen. Wanneer de nagels te kort worden geknipt, raken we de zenuwen en de bloedvaatjes. We krijgen een bloeding en onze hond onthoudt dit als een pijnlijke ervaring. Alvorens je overgaat tot het knippen van de nagels, ga je de hond trainen door zijn poten en onderpoten aan te raken en dit te associëren met een activiteit die hij leuk vindt. Geleidelijk aan ga je zijn poten meer en meer manipuleren. Zo ga je op de duur in staat zijn met je vingers tussen zijn tenen te komen en zachtjes op zijn nagels te drukken. Indien je niet zeker weet hoe je de nagels moet knippen, vraag dan even raad aan je dierenarts: hij weet waar de gevoelige vezels in de nagel gelokaliseerd zijn.

TIP: Laat de nagels van je hond door een ervaren persoon knippen.

Tanden

Je Golden Retriever puppy moet een scharend gebit hebben. Dit wil zeggen dat de bovenkaak netjes over de onderkaak schuift. Rond vier maanden wisselen de meeste honden hun tanden, te beginnen met de snijtanden. Daarna volgen geleidelijk aan van de vijfde tot de zevende maand de hoektanden en de kiezen. In de meeste gevallen is na zeven maanden het volwassen gebit volledig gevormd, maar zijn de tanden nog niet volgroeid. Tijdens deze 'wisseling' is het nodig dat je af en toe het gebit controleert. Persisterende melktanden zijn melktanden die blijven staan alhoewel de nieuwe tand al zichtbaar is. Wanneer je zo een 'dubbele tand' ziet is het raadzaam de melktand te verwijderen. Neem even contact op met de dierenarts als je twijfelt. Persisterende melktanden kunnen immers de groei van het gebit verstoren.
Om de tanden makkelijker te laten ontwikkelen en zich stevig in de kaak vast te ankeren, is het aan te raden je puppy in het begin zachte kauwbotjes te geven i.p.v. harde benen. Gedurende het doorkomen van tanden en kiezen en ook bij het wisselen is het tandvlees vaak wat gezwollen en roder van kleur dan normaal. Het is pijnlijk bij druk en de hond weigert soms vast voedsel.
Het gebit van je hond moet goed verzorgd worden. Regelmatig controleren is dus de boodschap. Er kan steeds ergens een stukje hout of iets dergelijks vastzitten. Je hond zal zeker in het begin veel dingen onderzoeken door er op te bijten. Bij ontstoken tandvlees (vooral vanaf de leeftijd van 3 jaar) gaat je hond niet alleen uit zijn bek stinken maar de tanden kunnen zelfs uitvallen. Mondinfecties kunnen zich verspreiden naar andere delen van het lichaam. Zo kunnen bacteriën bij het kauwen in de algemene bloedstroom terechtkomen, en indien het weerstandsmechanisme deze bacteriën onvoldoende kan bestrijden, kunnen ze andere organen bereiken zoals de nieren, de lever, de longen en zelfs de gewrichten.
Vorming van tandsteen kunnen we voorkomen door hard voedsel te geven waarop hij moet kauwen. Het reinigen van de tanden door de dierenarts is nodig wanneer de tandplak al ontsteking van het tandvlees veroorzaakt heeft. Een lage graad van tandvleesontsteking kan nog reageren op een goede poetsbeurt met een zachte tandenborstel en de juiste tandpasta. Zorg vanaf het begin dat uw hondje geregeld iets heeft om op te knabbelen! Er zijn tegenwoordig allerhande kauwbenen in de handel en zelfs speciaal ontworpen “anti-tandsteen kauwbenen” en denk eraan: regelmatig controleren.

Anaalklieren

De anaalklieren van de hond bevinden zich net voor de sluitspier en worden gedeeltelijk geledigd telkens hij zijn behoefte doet. Wanneer men hierop let, kan men goed zien dat de hond nadat hij zijn behoefte heeft gedaan enkele druppeltjes anaalkliervocht laat vallen. Dit vocht heeft een heel specifieke en penetrerende geur. Zo benadrukt de hond zijn eigen geur, en dit gedrag zal dus sterker zijn op vreemd terrein, vooral daar waar veel honden komen, om zijn eigen aanwezigheid te laten opmerken.
Aangezien er zich een aantal problemen kunnen voordoen met betrekking tot deze klieren, is het verstandig een aantal symptomen in het oog te houden: persbewegingen, likken en bijten aan de anaalstreek (dit kan leiden tot huidontstekingen), constant achter de staart jagen, verspreiden van een slechte geur, verandering in karakter. De symptomen kunnen op veel dingen wijzen zoals: een opstapeling van anaalkliervocht, een ontsteking van de klieren, een abces, enz... Dus is het niet onbelangrijk om deze symptomen te herkennen en tijdig een dierenarts te raadplegen.
Ook zonder dat je een van deze symptomen herkent, willen we er toch op wijzen om steeds wanneer je bij de dierenarts op consultatie gaat, ook te vragen om even de anaalklieren na te kijken (sommige dierenartsen doen dit altijd).

TIP: Vraag hij elk bezoekje aan de dierenarts om de anaalklieren van je hond te controleren!

Vacht

De functie van de vacht is het beschermen van het lichaam in het algemeen. Ze beschermt tegen koude en warmte, maar kan ook de temperatuur regelen bij ziekte. Ze heeft een belangrijke functie bij het imponeren tegenover andere honden en de vacht kan zelfs afgestoten worden wanneer onze hond gebeten wordt door een andere hond om op die manier sneller te ontkomen. De vacht is dus duidelijk meer dan een mooi mantelpakje.
Wanneer we de vacht van onze hond goed willen onderhouden zijn we verplicht rekening te houden met de natuurlijke cyclus van de vacht. Op die manier behouden we de oorspronkelijke functie van de vacht. Een goede vachtverzorging ondersteunt die cyclus. Om het belang van de vachtverzorging te onderstrepen, spreken we even over 2 essentiële zaken: de levenscyclus van een haar en de vachtopbouw .

De levenscyclus van een haar ondergaat verschillende stadia:

Eerst is er een groeiperiode, dan een overgangsfase, vervolgens een rustfase om te eindigen met de rijpfase waar het haartje wordt afgestoten door een nieuw haartje in de groeiperiode. Tot de rijpfase spreken we van levend haar. Vanaf de rijpfase spreken we van dood haar.

De vacht van je hond bestaat eigenlijk uit 2 soorten haar:

Een ondervacht en een bovenvacht. De bovenvacht bestaat uit vrij glanzend aanliggend dekhaar. Onder deze vacht zit een gesloten vachtstructuur die we de ondervacht noemen. De ondervacht en de bovenvacht hebben elk een verschillend verhaarpatroon. De haartjes van de ondervacht zitten steeds in dezelfde cyclus, ze zijn dus allemaal tezamen levend en allemaal tezamen dood. Wanneer de haartjes dood zijn, zien we kleine woldotjes door de bovenvacht uitkomen. In huis merken we ook het verschil, want die woldotjes vormen haarwolkjes die we overal in huis beginnen te zien. We zullen dit ongeveer 2 maal per jaar tegenkomen en op deze momenten is onze hond in de rui.
De lange haartjes van de bovenvacht (dekhaar) zitten niet allemaal in precies dezelfde cyclus. Het ene haartje is iets sneller dan het andere. Het veranderen van de haartjes gebeurt dus iets geleidelijker. De periode dat we langere haren in huis vinden duurt dus langer, maar de haren in huis zijn niet zo talrijk als bij de ondervacht. Op het moment dat je hond de meeste van zijn lange haren heeft verloren is hij uit vacht
Een goede vachtverzorging houdt in dat we de dode haren gaan verwijderen en de levende haren trachten te beschermen. Wanneer je hond in de rui is, gaan we dus op korte tijd zoveel mogelijk dode ondervacht verwijderen. We wachten tot hij in de rui is ; zo zal de dode ondervacht makkelijk te verwijderen zijn en dit op kort tijd om de levende bovenvacht niet te veel te beschadigen. Wanneer onze hond niet in de rui is, gaan we de vacht onderhouden. We borstelen voorzichtig om geen levende ondervacht uit te trekken. Met een wijdgetande kam borstelen we voorzichtig de bovenvacht om dood dekhaar te verwijderen, om klitvorming tegen te gaan en uiteraard om vuil, zand of schilfertjes te verwijderen.

We verwijderen de dode haren, maar beschermen de levende haren.
Ook raden wij aan het wassen van de hond tot een minimum te beperken. Je verwijdert immers een beschermende vetlaag die je hond dan in sneltempo weer zal aanmaken. Wanneer het echt niet anders kan, moet je er wel op letten dat je een aangepaste shampoo gebruikt en zeer goed afspoelt.

TIP: Tweemaal per jaar, tijdens de rui, heeft je hond een grondige borstelbeurt nodig.
Tussen de ruiperioden in, onderhouden we de vacht maar sparen de ondervachten andere levende haren. We knippen of scheren NOOIT zodat we de vachtcyclus niet verstoren.